Terug naar hoofdmenu

 

Verslag Combi C1-Cursus / Tour Oetztaler Alpen

23 augustus – 2 september 2005

 

 

 

 

Staand: Martijn v.d Hoek, ???, Arjan Bakkeren, Geert Koning, Herman Hilhorst

Zittend: Lotte Kleijer, Leendert Parlevliet, Edo Zwier, Mark Handelé, Wiebe-Jan Dijk, Dirma Eisenga, Wouter Voortman en Bastiaan van Loon

 

 

 

         Sepp Karlinger   &   Peter Raich

 


Zondag 21 augustus

Een goed begin is het halve werk. Niet dus. Omdat ik na het wadlopen nog zo nodig in bad moest, was het al bijna 3.00 uur voordat ik in Breda was, in plaats van 2.00 uur. Het bood echter Wiebe-Jan en Martijn wel de mogelijkheid om elkaar een beetje te leren kennen ;-)

In de auto heb ik me meteen van mijn sociale kant laten zien, want ik ben als een blok in slaap gevallen. Na een kleine vier uur slaap probeerde ik wakker te blijven, maar daar had ik wel koffie en broodjes voor nodig. Goeie actie Martijn!

Het laatste stuk door Duitsland en het eerste stuk in Oostenrijk heb ik gereden. Door de regen. En ik maar wachten tot die snelweg kwam. Helaas…

Desondanks waren zo’n 10 uur na het vertrek uit Breda in Vent. De auto van Mark, met Bastiaan en Leendert, was niet veel later aangekomen. Zij zijn meteen de kroeg in gegaan, wij hebben nog een stukje gelopen naar de Hangbrücke. Dan smaakt zo’n grote witbier toch lekkerder. Hij hakte er wel in overigens, want om acht uur lag iedereen in bed.

 

Maandag 22 augustus

Om 8.45 uur ontbijt. Goed ontbijt. In Haus Eberhard zit ook een groep van een andere C1-cursus. Ook zij ontbijten om 8.45 uur. Dat klinkt als vakantie.

Het regende nog steeds. Eberhard gaf het advies om richting Mutsbühl te gaan (2361m), een tocht van zo’n 2,5 uur. Hij kent het gebied daar, dus we volgen zijn advies klakkeloos op. Het eerste stuk ging door het bos. Door de regen was het nat. En daar worden met name boomstronken erg glad van. Omdat het ook steil en smal was, had ik het best benauwd. En dan loop ik langzaam. Ik weet nog dat ik het de eerste dag op de gletsjer vorig jaar ook zo benauwd heb gehad. Blijkbaar moet ik ook acclimatiseren om van mijn angst en benauwdheid af te komen.

Met de lunch waren we weer terug in Vent. De supermarkt is dicht tussen de middag.

’s Middags nog een stuk lopen door de regen was geen optie. Daarom hebben we ijverig geoefend met knopen en heeft iedereen best wel wat gelezen in Bergsport in het Kort. Ik kan dus niet meer zeggen dat ik nix doe met zo’n boekje.

Om half vijf mochten we van onszelf naar de kroeg. In de kroeg schenken ze Starkenberger Weissbier; in het restaurant Franziskaner. Bij het eten waren Arjan en Lotte er ook. Dat was zo gezellig dat het een dolle avond werd. Pas om 22.15 waren we terug in Haus Eberhard.

 

Dinsdag 23 augustus

We hebben weer uitgeslapen. De bewolking zat iets hoger dan gisteren, maar verder was er weinig verandering. Tijdens onze ochtendwandeling hebben we vooral over ‘veilige’ paden gelopen. Een deel van het Oetztal was namelijk afgesloten als gevolg van een overstroming, wat dus iets zegt over het weer. De vier anderen, die nog moesten komen voor de cursus, kwamen eerst ook niet verder dan Sölden.

Druk oefenend met kaartlezen zijn we in verschillende etappes naar de Feldkügel gelopen en aan de andere kant van de beek weer terug. Weinig spannends. Het enige wapenfeit is dat we welgeteld één zonnestraal hebben gehad onderweg. Qua regen viel het overigens wel mee, al was ook vandaag een ochtend door de regen lopen meer dan genoeg. Daarom hebben we ook een tip voor Haus Eberhard: bouw een boulderwandje in het huis, zodat de gasten wat te doen hebben als het regent. Die knopen word je op een gegeven moment ook een beetje appelig van.

Bovendien baalde ik ook nog omdat de batterij van mijn telefoon al half leeg was en mijn oplader niet meer bleek te werken.

De cursus begon ’s middags officieel, met Schnapps. Eberhard heeft verteld wat de cursus allemaal inhield en vroeg onze handtekening tegen de bouw van een stuwdam hier. Dilemma voor Wouter, die eigenlijk wel erg voor duurzame energie is.

Met de hele club zijn we gaan eten. Was goed en gezellig. De mensen in de groep zijn best verschillend. Ik heb vooral lol gehad met / om Wouter, die zijn ADHD-energie niet kwijt kon. Erg herkenbaar. Daarom zijn we in het donker nog een stuk gaan lopen.

We hebben ook nog een beetje geïntegreerd met de andere C1-cursus. Zij hebben vandaag een behoorlijk zware dag gehad omdat er boven echt veel sneeuw ligt. Dat belooft nog wat voor ons…

 

Woensdag 24 augustus

Het echt aan de bak moeten viel ook nog wel mee, want het eerste stuk ging met de lift. Het tempo daarna was dermate langzaam dat ik voorop liep. Na een half uurtje klimmen werd de groep in tweeën gesplitst en ging het door een blokkenveld omhoog. Handen mochten alleen ter ondersteuning gebruikt worden.

Stenen werden sneeuw en sneeuw werd nog meer sneeuw. Hoe meer sneeuw er was, hoe leuker in het vond (dat gevoel heb ik niet de hele cursus vast kunnen houden, helaas). Totdat we echter op de tot van de Wilde Man (3019m) de gamaschen aan moesten. Voor die – geleende – van mij heb je twee man nodig om ze aan te trekken. En ook weer twee man om ze uit te trekken. Als ik ze aan heb, kan ik ook een sneeuwkanon aan, maar verder zijn ze niet zo praktisch,

Boven op de top zeiden de gidsen Sepp en Peter ‘Bergheil’ tegen iedereen. Wouter zei: ‘ik ben Wouter’.

Tijdens de pauzes werd steeds een stuk theorie behandeld, over gletsjers, over kaartlezen, over materiaal etc.

Peter is beter te verstaan dan Sepp. Peter is de entertainer. Hij heeft een geweldige timing voor het in de groep gooien van Nederlandse zinnetjes (‘niet zo ouwehoeren’). Sepp is echt een karikatuur van een gids, zo eentje met een verweerde kop.

De afdaling van de Wilde Man was pittig, maar superleuk. Veel sneeuw, steil en een stuk over een graat. Gelukkig liep ik vooraan, want dat was gemakkelijker dan achteraan, waar het hele sneeuwspoor vertrapt was.

Geert is de bioloog in de groep. Hij werd blij toen hij een monnikskap vond. Dat is een bloemetje.

De halve liter witbier (Starkenberger) bij Rofen smaakte goed.

We konden vrijwel meteen aanschuiven bij het eten. Het wordt opgediend door mensen in traditionele kleding. Nog net geen Lederhosen, maar het scheelt net veel.

Na het eten ging een deel van de groep mexen. De anderen waren wel gezellig en zaten te ouwehoeren en / of Wouter te pesten.

 

Donderdag 25 augustus

Dit was een zwaar theoretische dag.

Omdat een bekende van de gidsen was omgekomen met het noodweer, en ze naar de begrafenis moesten, begonnen we eerder en hielden we eerder op.

We kregen veel theorie. Over uitrusting, touw, knopen, zekeren etc. En wij maar wachten tot we gingen klimmen. Helaas gebeurde dat niet. Daarom zijn we de oefenrots na afloop zelf maar opgelopen en hebben we een toprope uitgehangen, zodat we nog een beetje konden spelen. Het was leuk om het abseilen een beetje te oefenen, maar voor het klimmen was die zekering eigenlijk niet nodig. De routes had ik – met D-schoenen – ongezekerd namelijk ook al geklommen.

De gidsen wijken op een aantal punten af van het NKBV-beleid: ze werken met geknoopte bangschlinges (i.p.v. gestikte), gebruiken met inbinden slechts één karabiner en binden borst- en heupgordel aan elkaar met een gewone zaksteek in plaats van een teruggestoken zaksteek.

Het was jammer dat de theorie zo droog gebracht werd. Mijn aandacht verslapte al snel en ik was niet de enige. Moet je je voorstellen dat je vanaf ’s ochtends half tien volledig opgetuigd zit en dan mag je niet meer doen dan elkaar een beetje horizontaal zekeren. Wat bovendien ook nog eens erg verwarrend is, want je weet al snel niet meer wie nou boven zit en wie beneden. Daarom zijn we zelf dus maar gaan klimmen.

Het eten deed met denken aan de Alpenweek op de middelbare school: Knödeln met Sauerkraut en vet met wat stukjes vlees eraan. Ik heb m’n bordje niet leeg gegeten. Leendert vond dat niet erg.

Tijdens het eten ontstond het plan om morgen een sneeuwpop te bouwen, dus zijn ze attributen gaan verzamelen. Ik heb de keuken gevraagd om een wortel. Dat gaat een toppertje worden morgen!

 

Vrijdag 26 augustus

Ik zit hier met gemengde gevoelens te schrijven. Tijdens het omhoog lopen vanochtend – ongeveer hetzelfde als eergister – kreeg ik zo’n problemen met m’n ademhaling dat het niet meer lukte om uit te ademen. Ik weet dat m’n zwakke punt is dat ik geen buikademhaling kan, maar eergisteren kwam ik daar gewoon mee boven. Het lijkt nu net alsof ik geen conditie heb en daar baal ik enorm van. Na een pauze ben ik achter Sepp aan gelopen naar boven, in een slakkentempo. Dat was nog steeds afzien en dat hij met een hand in z’n zak liep en met een shaggie in z’n andere maakte me alleen nog maar kwaaier.

Toen we boven waren, was het weer goed. Op de gletsjer was het super. Iedereen is een gletsjerspleet in getakeld en we hebben zelf het zekeren en omhoog takelen uitgevoerd. De gidsen lieten ons behoorlijk zelfstandig werken. Ik heb me dan ook bezig gehouden met degenen die niet wisten hoe het moest.

Terwijl we zaten te lunchen was er een Spanjaard naar ons toegekomen over de gletsjer. Hij had geen rugzak bij zich en zijn complete bergsportuitrusting bestond uit gamaschen. Hij informeerde even wat wij gingen doen en liep vervolgens weg, dwars over de gletsjer. Wat een mongool, zeg.

Vlak voordat we weggingen van de gletsjer, hebben we ons huzarenstukje uitgehaald: de sneeuwpop. Hij was ongeveer 1.50m hoog en had een muts, sjaal, koekjes-ogen, steentjes-mond en, als klap op de vuurpijl: een wortel als neus. Dit stukje (in)tiembuilding leverde ook nog een paar mooie foto’s op.

Boven de bewolking was het prachtig weer geweest, maar tijdens de afdaling kwamen we steeds verder in de mist. Best wel apart als je over een graat loopt met verder aan alle kanten grijs. Het werd daardoor ook meteen een stuk kouder en iedereen was dan ook blij toen we bij de lift aankwamen.

 

Zaterdag 27 augustus

Met de auto naar Sölden, naar de Rettenbachgletsjer, echt middenin een (zomer)skigebied; ik kreeg meteen kriebels. Voor het eerst op stijgijzers. Eerst allemaal oefeningen om te wennen en te vertrouwen op die spikes onder je voeten. Toppers waren ‘schaatssprongen’ over een gletsjerstroompje, heel hard rondjes draaien (ik heb gedanst met Sepp) en naar beneden springen op een steil stuk. Op het allersteilste stuk moesten we klimmen, als voorbereiding op het gezekerd ijsklimmen. De wand was een meter of 6-7 hoog. Was gaaf om te doen. Ik vond het niet eng, traverseren op een meter hoogte echter wel.

Toen iedereen uitgespeeld was zijn we in twee touwgroepen de gletsjer verder over gelopen. Eerst over een bestaand spoor, maar later ook dwars door en over ijspukkels. Absoluut hoogtepunt was een ijsbrug van zo’n 30cm breed. Alleen Sepp was er voor mij overheen gegaan, dus er lag nog veel sneeuw. Daarom moest ik boven op zo’n wankel punt ook nog eens met de pickel de sneeuw uit mijn stijgijzers kloppen. Ik heb heel hard geroepen dat ik het niet kon en durfde en ben er vervolgens gewoon overheen gelopen. Daar krijg je een mega-adrenalinestoot van, kan ik je vertellen. Herman viel (ook) hier naar beneden. Hij had al een graat naar zich laten noemen door er af te vallen. Ook hier hield hij zijn reputatie hoog.

Tijdens de afdaling begon het te regenen. Eerst een beetje, maar op het laatst was het echt vluchten naar de auto. Ergens onderweg naar Sölden hebben we nabespreking gehouden (Paulander Weissbier).

Na het eten hebben we met een grote groep Uno gespeeld, een soort pesten, maar dan met als extra activiteit dat – wanneer er een één wordt opgegooid – iedereen z’n hand op de stapel moet leggen. Dit spel leverde meer verwondingen op dan het ijsklimmen vanmiddag. Vooral Edo was erg gemeen met zijn zijwaardse invoeg-techniek.

 

 

Zondag 28 augustus

Terwijl het in Nederland prachtig weer was, hadden zij bewolking en zo nu en dan regen. Gelukkig hebben we wel kunnen doen wat er op het programma stond, want dat was superleuk: eerst een klettersteig en daarna rotsklimmen. Beide in Längenfeld. Ik had nog nooit een klettersteig gedaan, maar vond het een prachtige speeltuin. Het ging ook heel soepeltjes allemaal. Het moeilijkste stukje was een overhang. Alleen Lotte heeft de zekering getest, toen ze uit de overhang viel. En Bastiaan z’n camera heeft het contact met de rotsen niet overleefd.

Voor ons zat een grote groep kinderen. De meesten – hoe klein ook – klommen aardig omhoog, maar er was er eentje, die ze krijsend naar boven hebben moeten sleuren.

’s Middags zijn we naar een Klettergarten gegaan. Het was nog een beetje nat en dat is best lastig met wrijvingsklimmen. Ik ben dan ook best wel hard tegen de wand gestuiterd. Dat heeft een spoor van blauwe plekken achtergelaten op arm, been en bil.

Een paar hebben nog een poging gedaan om een 6 te klimmen, maar zelfs een in het vooruitzicht gesteld biertje kreeg ze niet helemaal boven.

Wel hebben sommigen voorgeklommen. Ik ook. Ging niet helemaal soepel, maar daar ga ik die cursus volgende week ook voor doen.

 

Maandag 29 augustus

Iedereen stond ruim op tijd klaar voor Haus Eberhard. Althans, ‘staan’, eigenlijk liepen de meesten best wel een beetje zenuwachtig heen en weer om toch vooral alles goed in de rugzak te hebben. Mark had de lichtste rugzak, ik ben een goede tweede.

We werden zelf op pad gestuurd; Peter en Sepp kwamen achter ons aan. Op het eerste stuk lag het tempo behoorlijk hoog, maar het was goed te doen. Na een break liep Leendert voorop en hij liep een prettig tempo. Ik heb geen moment problemen met m’n ademhaling gehad. Het was dan ook niet echt steil, maar het ging wel gestaag omhoog.

Onderweg zagen we nogal wat schapen met uitgelubberde oren. Op zich wel logisch, want met zo’n bel om je net gebruik je alles om je oren dicht te houden.

Peter en Sepp noemen me de NKBV-heks. Sepp bekeek me – in korte broek – vanochtend van top tot teen en zei ‘gut gebaut’. Edo lag in een deuk. Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Ze zijn beide best ‘amicaal’ vind ik; even een arm om me heen slaan en zo. Peter heeft me zelfs een tik op mijn bil gegeven. Tja.

Vlak voor de laatste klim naar de Vernagthütte hebben we geluncht. Dat klimmetje is best pittig. Ik was ook best wel moe en daarom heb ik ’s middags niet voorgeklommen. Achteraf had dat best gekund, want de route was absoluut niet moeilijk, maar ik wilde geen risico nemen.

Nadat iedereen – behalve Geert, die had toen even zijn moeilijke momentje – naar boven was geklommen, zijn we allemaal abgeseild. Bastiaan en ik eerst. Leuk is dat. Ook nog een mooie foto om te laten zien dat de prusik werkt.

Het eten in de hut was goed, de halve liter witbier erg goed. Na het eten nog even zitten praten met Peter en een andere gids met een hoog snowboard-leraar-gehalte.

 

Dinsdag 30 augustus

Ik ben er nog niet uit of ik dit leuk vind. Vandaag overdag vond ik het 3x nix, maar nu ik weer terug ben in de hut en op de Wildspitze gestaan heb, voel ik me toch wel voldaan.

De wekker ging om 5.15 uur; half zeven liepen we. De eerste drie kwartier ging over een pad en daarna hebben we nagenoeg de hele tijd over sneeuw en ijs gelopen. Op zich best apart voor augustus, maar vorige week is er nu eenmaal een meter nieuwsneeuw gevallen. Tussendoor waren er een paar blokkenvelden, al waren die ook niet geheel sneeuwvrij.

M’n ademhalingwas regelmatig, alleen als het eng werd, had ik moeite om het allemaal onder controle te houden. Omdat er zoveel sneeuw ligt, is het behoorlijk zwaar. Zeker als je in een spoor loopt en bij elke stap die je doet er weer twee terugglijdt.

Verder duurde het best lang. Het laatste stuk naar de top was zwaar. Ik vond het doodeng. Het was smal en bestond uit uitgetrapte sneeuw en stukjes rots. Toen had ik m’n ademhaling niet onder controle. Bovendien was ik megabang. De anderen zaten rustig te lunchen op de top, maar ik kreeg geen hap door mijn keel. Het eerste stukje van de afdaling was ook dramatisch; ik was zo bang dat ik nauwelijks een voet voor de andere durfde te zetten. Sepp en Bastiaan hebben me naar beneden geholpen.

De rest van de tocht was vooral lang en vervelend, want je kon je voeten nauwelijks neerzetten zonder verder naar beneden te glijden. Op het laatst werd het wel weer even leuk. Door de enorme kracht van de zon was er veel smeltwater en moesten we over verschillende gletsjerbeekjes springen of stappen, die een stuk groter waren dan vanmorgen.

Toen ik later bij de hut tegen Peter zei dat ik de top best eng had gevonden omdat het daar zo smal was, reageerde hij met “Nee joh, je kan er een auto op parkeren…” Waarop ik ook ad rem reageerde met “Maar ik ben een vrouw en vrouwen kunnen niet inparkeren.”

De tocht heeft z’n tol geëist. Wouter ligt ziek in bed (nadat hij te horen had gekregen dat ie een nieuwe baan heeft), Bastiaan en Herman hebben koppijn en verder voelt iedereen z’n lichaam wel. Ik vind het knap dat Wiebe de tocht heeft uitgelopen; zijn knie is dik, maar hij doet het toch maar.

Peter had nog een mooie actie om het moraal een beetje hoog te houden: tijdens een pauze begint ie ineens te zingen: “Ik ben Alie, van de wegenwacht…” Hij en Sepp hebben trouwens dondersgoed door wat er allemaal in het Nederlands wordt gezegd. Gister hadden Wouter en ik het over strings en toen kwam Sepp er ineens tussendoor met “Dat zit niet lekker bij mannen”. Hij wist ook precies wat een lekker kontje was.

Vandaag smaakte de halve liter witbier (Edelweissbier) helemaal goed omdat we hem zo vreselijk verdiend hadden…

 

Woensdag 31 augustus

Via de graat naast de Vernagthütte zijn we gaan lopen. Gister hadden we met een aantal de route bekeken en berekend hoe lang het zou duren. Leendert en Edo waren touwgroepleiders. Ze mochten een nieuwspoor maken omdat we over de noordgraat de Fluchtkugel (vanaf nu: Vluchtheuvel) op wilden.

Zo’n sneeuwgraat is best eng. Het eerste stuk hebben we met stijgijzers gedaan. Sepp ontfermt zich bij dat soort dingen volledig over mij. Het ging vandaag al een stuk beter dan gister op de Wildspitze. Ik ben nog steeds wel bang, maar weet wel dat ik het kan. Boven op de top was ik dan ook helemaal relaxt (“aan een touw zitten is voor mietjes”), wat resulteerde in een sneeuwballengevecht.

Het eerste stuk van de afdaling heb ik de touwgroep geleid en voor het eerst kreeg ik te horen dat ik te snel ging.

Onderweg hebben we remoefeningen gedaan in een ‘kolk’, een soort sneeuwkom aan de rand van de gletsjer. Ik wist nog precies hoe ik het moest doen, maar het zag er toch anders uit dan ik bedoelde. Wel vond ik het weer superleuk.

Het laatste stuk naar het Brandenburger Haus was niet zo zwaar, maar de meesten waren best wel moe van het telkens naar boven klimmen na het remmen. Bovendien was iedereen ook zeiknat, deels van het zweet (regenbroek en jas bij een dikke 20 graden is best heet) en deels – grotendeels – van de sneeuw die door alle kieren en gaten naar binnen gekomen was.

Het Brandenburger Haus is groot. Wij slapen op de derde verdieping, het kraanwater is niet drinkbaar (gedemineraliseerd, eigenlijk best drinkbaar) en de dameswc’s zijn komposttoiletten. Ze stinken minder dan de naam doet vermoeden.

Bij de evaluatie sloot Peter af met “Oan ’t moan” Verbazend wat voor (Nederlandse) woordenschat hij heeft.

Ieders nachtrust werd ruw verstoord – behalve die van mij, want ik had oordoppen in en lag blijkbaar diep genoeg ik coma – eerst door een groep die dronken het andere deel van onze lager kwam bezetten en daarna door de hond, die erbij hoorde.

Het witbier in het B-Haus is Prinzregent Luipold. Ik heb vandaag trouwens ook een slokje Radler geprobeerd (=bier met Sprite). Wat een bocht, zeg!

 

 

 

 

Donderdag 1 september

Tis geen vakantie, maar toch…. Pas om half acht ontbijt. Van het B-Haus is het maar 2,5 uur, dus gingen wij onderweg nog een pukkel beklimmen voordat we op de gletsjer invoegden op de snelweg richting Hochjoch Hospiz. De pukkel heet Vord.Hintereis.Spitze (volgens de kaart) en is 3437m hoog. Hij moet echt BEKLOMMEN worden; met z’n allen aan het touw, op sommige plaatsen een tussenzekering en één keer zekeren met een HMS. Het was een beklimming van een graat, dus ik vond het wel een beetje eng, maar Sepp was er weer als beschermengel. Als het was steiler werd, nam hij mijn touw en hield me in de gaten. Ik was weer veel minder bang dan gisteren. Wat dat betreft is het erg goed om telkens mijn (angst)grens op te zoeken, want op die manier kom ik steeds een stukje verder. Ik vond het klimmen eigenlijk superleuk. De afdaling leek eng, maar na wat klauterwerk konden we vrij gemakkelijk naar beneden lopen.

Martijn had bij de eerste rots zijn pink open gehaald en heeft bloed dat dusdanig hard stroomt dat hij – ondanks verschillende soorten pleisters en tape – de route tussen de rotsen en het einde van de gletsjer heeft gemarkeerd. Hij zakte als touwgroepleider een paar keer weg in een gletsjerspleet, maar Peter en Wouter gooiden die spleet dan weer dicht met sneeuw, zodat de tweede groep ‘m opnieuw zou ‘ontdekken’. De bloedsporen van Martijn verrieden echter waar hij z’n hand in de sneeuw had gezet bij een val.

Iedereen had het op het eind goed gehad met de sneeuw. De afdaling over een ‘gewoon’ pad was dan ook een verademing. Ik heb heerlijk in mijn eentje gelopen, tussen twee groepjes in. Ook wel even lekker om niemand om me heen te hebben.

Hochjoch Hospiz heeft warm water, dus is er spontaan een actie opgezet om kleren te wassen in een grote plastic bak. Alles van iedereen door elkaar. Zelfs de sokken van Bastiaan, die toch wel van een buitencategorie zijn.

Wouter heeft ons getrakteerd op Apfelstrudel omdat hij een baan aangeboden heeft gekregen. Het arbeidsvoorwaardengesprek moet nog worden gevoerd, maar daar heeft hij dus al een voorschot op genomen.

Na de evaluatie hebben we de dag van morgen doorgesproken. Het wordt een vrouwendag, want Lotte en ik bereiden ‘m voor. We weten nog niet waar we gaan winkelen, maar we rekenen op veel plaspauzes en sluiten ook niet uit dat we verdwalen.

 

Losse opmerking: een mietje is in het Duits een Frauenversteher.

 

Vrijdag 2 september

Zes uur ontbijt, zeven uur vertrekken. Ik was vroeg en liep alvast een stukje in de richting van het pad. Twee mensen kwamen me tegemoet gelopen. Ze wilden dezelfde route lopen als wij, maar hadden het verkeerde pad genomen. Hun fout behoedde Lotte en mij voor dezelfde fout. En het is tenslotte vrouwendag, dus slechter dan dat hadden we niet kunnen beginnen ;-)

Ik heb het fenomeen vrouwendag wel erg ver doorgevoerd, want ik ben spontaan ongesteld geworden. Ik dacht een week te vroeg, het bleek een rekenfoutje te zijn.

Lotte liep voorop, ik direct daarachter. Dat ging goed. De klim was pittig, maar te doen in dit tempo. Het stuk van het pad naar de gletsjer heb ik de route gezocht. Lotte en ik hebben beide een touwgroep geleid. De groep van Lotte ging over een geleidelijker route dan die van ons. Dat hebben we geweten want we kwamen redelijk kapot aan bij de voet van graat. Ik was nog niet hersteld toen we omhoog gingen, daarom klom ik een beetje krampachtig. Klimmen – met m’n handen erbij - ging wel, maar m’n balans was ver te zoeken. Op de terugweg werd ik er door Sepp even hardhandig op gewezen dat ik niet m’n handen mocht gebruiken en daarna liep het (ik) als een trein. Blijkbaar had ik even die schop onder mijn kont nodig.

Op de kaart zag het laatste stuk naar de Similaunhütte er eenvoudig uit, maar dat viel tegen. Het eerste stukje, langs de vindplaats van Oetzi, ging gemakkelijk, maar daarna kwamen er nog wat pittige kletter- en sneeuwstukjes. Leuk als je daarop ingesteld bent, zwaar als je dat niet bent. Bovendien vond ik het ook wel stoer om een stuk een touw te dragen, maar gelukkig kon ik ‘m halverwege afstaan aan Leendert.

In de hut duurde het even voordat we allemaal slaapplaatsen hadden. Ik lig nu naast een meisje dat net de wc heeft ondergekotst en daarna met een kotsbak naar boven verdwenen is.

Na het eten werden we de eetzaal uitgekickt en zijn we in de hal / droogruimte gaan zitten. Daar werden we met de minuut meliger. We gingen zelfs zo ver dat we cijfers gaven aan de stank die mensen verspreiden als ze van de wc kwamen. En dat werd alleen nog maar erger toen we een Willy kregen als compensatie voor het uit de eetzaal gekickt worden. Vooral Lotte had aparte symptomen van hoogteziekte.

De evaluatie werd deze keer gedaan door Wouter. Hij zag werkelijk niets over het hoofd. Over het algemeen was men goed tevreden. Ladypower ;-)

 

Zaterdag 3 september

De laatste dag. Al met het ontbijt voelde ik dat het niet mijn dag zou zijn; ik kreeg geen hap door m’n keel. Mark en Geert bepaalden het tempo en zeiden het rustig aan te zullen doen, maar bij het eerste blokkenveld haakte ik al af. Ik zat er mentaal volledig doorheen. Het tempo lag helemaal niet zo hoog – qua ademhaling ging het ook best redelijk – maar ik kon mezelf niet motiveren om nog een keer die berg op te lopen. Helaas heb je weinig keuze als je in een touwgroep zit; als de anderen naar boven gaan, moet je mee. Het tempo lag laag, maar we zijn boven gekomen. Eigenlijk stelde de beklimming helemaal niet zoveel voor. Op stijgijzers kon je best makkelijk naar boven lopen.

Naar beneden was ik degene die klaagde over het te lage tempo. We namen een redelijk steile sneeuw- / ijswand maar moesten om de stap stilstaan. Volgens mij had Sepp het daardoor behoorlijk gehad, want op het stuk daarna zette hij zo’n TGV-tempo in dat ie mij bijna een gletsjerspleet in trok. Ik verloor mijn evenwicht en viel, gelukkig net over de spleet heen. Blijkbaar wilde hij de groep van Peter inhalen, die al eerder het TGV-tempo hadden ingezet.

Op het steile (ijs)gedeelte van de gletsjer werden we uitgebonden en losgelaten. Heerlijk om in eigen tempo naar beneden te lopen over het laatste gletsjerstuk.

Aan de rand hebben we alles wat niet meer nodig was, uit en af gedaan en zijn we richting Martin Buschhütte gelopen. Sommigen zelfs in korte broek, want het was weer heerlijk weer. Volgens de gidsen was dit de beste week van de hele zomer.

Bij de MB-hütte Kaisersmarren gegeten (stukjes pannenkoek met suiker). Daarna was het nog anderhalf uur naar Vent. Het is dat we lekker liepen te ouwehoeren, anders was het waarschijnlijk een saai stuk geweest. Het is in ieder geval wel de snelweg voor 50-plussers, want die kwamen in groten getale naar boven gestrompeld.

In Vent hebben we alle materialen verzameld en zijn we op het terras gaan zitten voor de evaluatie. Iedereen krijgt een C1-aantekening. Sorry Edo, diploma’s pasten niet meer in het budget. De gidsen noemden met name dat de groep goed heeft samengewerkt, waadoor iedereen dit niveau heeft kunnen halen. Lotte en ik werden nog even met name genoemd omdat we hetzelfde programma gevolgd hebben als de heren en bovendien gister ook nog eens goed de groep geleid hebben.

Namens de groep heb ik Sepp en Peter bedank, in het Nederlands, want ze verstaan toch alles. Voor beide hadden we wat geld en een kaart met wat karakteristieke dingen. Voor Peter een uitspraak van hem: “Ik hoor niks, want ik ben Oost-Indisch doof”, en van Sepp een beschrijving: ‘één hand in de zak en in de andere een shaggie’. Toen ik ze dat gaf heeft Sepp zelfs zijn shaggie weggelegd. Voor het eerst deze week.

Arjan & Lotte, Geert en Herman gingen vrij snel daarna weg. De rest is gaan douchen, wat nog lastig bleek toen de stroom uitviel.

Zondagmorgen om goed vijf uur zijn we weer richting Nederland geleden. Voor iedereen stond er weer een goed verzorgd ontbijt klaar. Deze keer was er ook nog een Edelweiss-bloempje voor iedereen….

 

 

 

Terug naar hoofdmenu